Re-Connecting The Dots Revisited #5: John Zorn, de muzikale miljoenenpoot.

Het staat vast dat John Zorn iets heeft met België en in het bijzonder met Gent.

Niet alleen heeft deze creatieve duizendpoot in onze Belgenhaspel een resem simpel historische concerten weten neer te planten, maar verkreeg hij van de Hogeschool Gent in 2011 de eretitel Magister Artium Gandensis voor zijn verdiensten in de kunsten. Indien U in 2008 bij de gelukkigen was die de ronduit onwaarschijnlijke tweedaagse Masada trip in de Antwerpse CC De Luchtbal (Original Line-up with special guests Uri Caine & Mike Patton) heeft mogen meemaken of zijn speciaal middernacht kerkconcert tijdens diens curatorschap van Jazz Middelheim 2009, waar de kers op de taart werd gezet door de dos-meur van dat ronduit diabolisch theekransje met avant-gardiste Laurie Anderson en haar in de rubriek Re-Connecting The Dots Revisited #3 besproken overleden echtgenoot Lou Reed, weet waarover we het hebben. (De pri-meur werd overigens als een gelimiteerde live versie THE STONE – ISSUE THREE vereeuwigd op de man’s eigen label Tzadik Records en vond plaats in de New Yorkse club The Stone in januari 2008.)

Naar aanleiding van de in Svn’s Essential Nine #26 besproken ZORN I + II + III filmserie van de Franse regisseur Mathieu Almeric, verdient John Zorn alleen al een ereplaats in deze Re-Connecting The Dots Revisited series. Maar er is meer, zoveel meer. Wat deze muzikale veelvraat op zijn eentje verwezenlijkt heeft, tart namelijk elke verbeelding. Denk maar aan zijn zestigste verjaardag, die resulteerde in één van de meest memorabele nachten uit de geschiedenis van Gent Jazz 2013.

“Waar te beginnen?”

Desalniettemin willen een waardige poging doen om toch al de – naar onze bescheiden mening – voornaamste werken en periodes voor te stellen. De snelle tellers onder ons zullen beamen dat John Zorn dus geboren is op 2 september 1953. Men zegt soms dat een kind een product wordt van zijn omgeving, maar wat als die New Yorkse ruimte gevuld wordt door enerzijds – langs vaders- en moederszijde – klassieke muziek, wereldmuziek, jazz, Franse Chansons en country, om anderzijds via zijn oudere broer de jaren ’50 rock ’n’ roll en Doo-wop te leren ontdekken. Waarschijnlijk bestond het begrip eclectisch toen al wel, maar we durven gerust een lichaamsdeel naar keuze in het vuur te werpen indien hier via jonge John geen extra dimensie werd aan gegeven. Hij absorbeerde namelijk ongeveer alles wat er te absorberen viel en dat maakte hem niet bepaald populair in zijn angry young teen’s. Weliswaar met andere spelers, maar wij (her)kennen datzelfde gevoel dat zowat uw gehele vriendenkring pakweg op The Rolling Stones ligt te kicken, terwijl John daar plots komt aandraven met een plaat van componist Mauricio Kagel, die hij voor welgeteld 98 cent ergens op de kop had kunnen tikken. U kan zich de gezichten al voorstellen?! 

Later zal John verklaren dat deze specifieke elpee zijn smaakpapillen voor avant-garde en experimentele muziek aanwakkerde. In 1997 zou dit album nog een herinterpretatie krijgen door Sonic Youthno less – op hun eigen voor experimentele muziek opgerichte SYR label.

I bought this Mauricio Kagel – IMPROVISATION AJOUTEE album (1962) when I was about 15. It was still marked: ‘Got it at Sam Goody in September, for 98 cents’. And it’s a really crazy piece, with the guys screaming and hooting, something that attracted me. I was over at my friend’s house, and he really liked The Rolling Stones. And I just got this record, and I put it on and he looked at me like… “Who the hell are you? Are you out if your mind?” And his mother was there, and she was like {puts palm on cheek} “My God, take this off”… and right then and there, I decided: This Was The Music.”, dixit John Zorn.

Waar hij als kind piano, fluit en gitaar leerde spelen, vulde hij zijn verdere tienerjaren met het luisteren naar klassieke en filmmuziek, bas te spelen in een surfband en The Doors te ontleden. Weliswaar studeerde hij muziek onder de van oorsprong Catalaanse componist Leonardo Balada – niet echt de kleinste meneer trouwens – maar net als zowat elke muzikant dit in zijn beginjaren doet, leerde John vooral zichzelf op door muziek van zijn platen na te spelen en alles rondom orkestratie en contrapunten te onderzoeken en af te tasten.  

Sterker: het was nota bene na het ontdekken van het album FOR ALTO (1969), van de op komende Jazz Middelheim editie aanrukkende Anthony Braxton, dat John de (alt)saxofoon oppikte. Hij studeerde wel aan Webster waar hij les kreeg van Oliver Lake, medeoprichter van World Saxophone Quartet (met onder andere David Murray), maar – een kunstenaar in spé waardig – eindigde hij dankzij dit verstikkend keurslijf als een vroegtijdige drop-out. Natuurlijk droeg zijn – ongewenst – geëxperimenteer met elementen als avant-garde, performance art en film & cartoon soundtracks, niet echt bij tot het beoogde beeld van een modelstudent. (In 1995 zijn deze werken trouwens uitgekomen onder de alleszeggende titel FIRST RECORDINGS 1973)

Van hieruit verhuisde Zorn naar Manhattan, alwaar hij zelf concerten begon te geven in zijn appartement of andere kleine NY zaaltjes. (Zelf meestal de saxofoon hanterend, tapes of eend-lokmiddelen en meer van dat hoogstaand materiaal.) Hiermee werden de eerste stappen gezet in de richting van de zogenaamde Downtown Scene, waarvan de basis zowat een constante in Zorn’s leven zal vormen. Niemand minder dan voorname Fluxus artieste Yoko Ono – only seven years away from being John Lennon’s sweetheart – stelde in de jaren zestig haar later berucht geworden loft op ‘112 Chambers Street’ open als noise-laboratorium & performance art space.

En dat hier gretig gebruik van gemaakt werd, illustreren onder meer de series die onder leiding van La Monte Young en Richard Maxfield telkens opnieuw in elkaar werden geboxt. Sterker: dit gebaar leidde zelfs tot een nieuwe traditie, die experimentele performances in non-traditionele ruimtes zoals lofts, verlaten of herbouwde industriële panden een informele, tweede adem gaven. Hoewel we in België steeds meer die trend opgaan en zelf ook wel ons deel van de zogenaamde afters ruimschoots verslonden hebben – and counting – is dat waarschijnlijk niets in vergelijking met The Big Apple. Hoewel de opmerking gemaakt moet worden dat The Downtown scene eigenlijk niet bepaald een berekende formule was. Ver integendeel zelfs, het ging er vooral over hoe diep men kon gaan in hun improv of performance art. Het was een belangrijke scene om een hechte kern creatievelingen in volle actie te ondergaan. Er was geen distinghuished plan. Niet artistiek, productioneel of commercieel! Artiesten smelten samen en deden dingen. That was basically it. Maar U kan de elektriciteit van hier proeven indien – ik zeg maar wat – een John Zorn, Philip Glass, Steve Reich of Morton Feldman samen dat verhoogje bestegen. Roemruchte Downtown scene supporting hotspots – vanaf de jaren zestig tot heden –  waren (of zijn) John’s eigen The Saint, 8BC, The Knitting Factory, The Kitchen, The Judson Memorial Church, Roulette, Dance Theater Workshop, Experimental Intermedia, Chandelier, The Gas Station, The Paula Cooper Gallery, The Stone, Tonic and in a way de eerste locatie van de in de rubriek La Mirada Fuerte #1 besproken Warhols The FactoryAmongst others.

Één van John’s eerste doorslaggevende wapenfeiten was zijn zogenaamde performance art project THEATRE OF MUSICAL OPTICS, welke een belangrijke en uitdagende speler werd in de vruchtbare, avant-garde Downtown Scene van mid jaren ’70. Waarom? Omdat Zorn als componist, uitvoerder en producer, letterlijk de limieten van gelijk welk mogelijk music genre zwaar op de proef stelde en deze grenzen in feite gewoon om de haverklap verlegde. Werkelijk niets was te gek.

“This is when I founded the Theatre of Musical Optics. What you see and what you hear is the same thing, music. Music had never anything to do with sound… In my shows the objects in performance are like solid sounds…different shapes and textures.”, dixit John Zorn.

Indien U bijvoorbeeld dacht dat Lou Reeds METAL MACHINE MUSIC (1975) zomaar uit de lucht kwam vallen: think again! (Om enige verwarring te voorkomen: in een later stadium werd de term ‘Theatre Of Musical Optics’ gebruikt als publishing maatschappij voor deze composities.) Zorn maakte al snel furore als dat Joodse opstandje en na verloop van tijd had hij samen met een brede waaier muzikanten uit allerlei muzikale disciplines opgetreden of gecomponeerd.

“All the various styles are organically connected to one another. I’m an additive person – the entire storehouse of my knowledge informs everything I do. People are so obsessed with the surface that they can’t see the connections, but they are there.”, dixit John Zorn.

Hoewel improvisatie steeds Johns dada zou blijven, zijn de eerste grote composities opgemaakt volgens bepaalde game theories of game pieces, die hij zelf omschreef als ‘complex systems harnessing improvisers in flexible compositional formats and which involved strict rules, role playing, prompters with flashcards, all in the name of melding structure and improvisation in a seamless fashion.’ Wij zouden het bijna een vorm van gecontroleerde improvisatie durven noemen. (Het was trouwens Iannis Xenakis die – samen met John Cage en Christian Wolff – algemeen worden beschouwd als één van de belangrijkste post-oorlog avant-garde componisten, die mathematische modellen in hun muziek wisten te integreren.) Deze game pieces en file-card compositions maakten het mogelijk om de richting en evolutie van composities te bepalen en door elk willekeurig ensemble van gelijk welke omvang – mede door middel van shuffled cards en handgebaren – uit te laten voeren.

“I write in moments, in disparate sound blocks, so I find it convenient to store these events on filing cards so they can be sorted and ordered with minimum effort. Pacing is essential. If you move too fast, people tend to stop hearing the individual moments as complete in themselves and more as elements of a sort of cloud effect… I worked 10 to 12 hours a day for a week, just orchestrating these file cards. It was an intense process – one I don’t want to go through again.”, dixit John Zorn.

Vernieuwing wordt echter niet altijd geapprecieerd. Hoe vaak is het niet voorgekomen dat men liever een beproefd recept opnieuw gerecycleerd zou willen zien dan wel enige vooruitgang te boeken. Hoe innoverend deze Downtown Scene ook was, het heeft pas tot mid jaren ’80 geduurd vooraleer er van enige noemenswaardige erkenning kon gesproken worden. Zowel John’s eigen historie als de muzikale filosofie achter deze composities zijn deels gebaseerd op het boek TALKING MUSIC van William Duckworth (1995). Meestal opgenomen in Martin Bisi’s studio, kregen deze game pieces vaak een sportnaam mee: BASEBALL (1976), LACROSSE (1976), DOMINOES (1977), CURLING (1977), GOLF (1977), HOCKEY (1978), CRICKET (1978), FENCING (1978), POOL (1979), ARCHERY (1979), XU FENG (2000) en het deliberately chosen not to publish (or even write down) the rules, maar in verschillende versies flink bejubelde COBRA (1984-1987-1992-1994-2002).

Indien U denkt dat we er al zijn, haakt U beter af, ‘cause well, we are not.

Zorn geraakte bedreven in blowing duck calls in buckets of water at fringe venues en etaleerde zijn eerste solo saxofoon kunsten in onder andere zijn eigen clubhuizen The Saint, Chandelier, 8BC of Roulette en deze werden via Lumia Records uitgebracht als het uit twee volumes bestaande THE CLASSIC GUIDE TO STRATEGY, respectievelijk in 1983 en 1986. Zijn kleine group improvisaties met fellow improv’s als Arto Lindsay, Wayne Horvitz, Anton Fier, Ikue Mori of Christian Marclay zijn gecapteerd op LOCUS SOLUS in 1983. (Deze laatste was trouwens voor de tweede maal te gast op het Holland Festival in 2013 en mag sinds hij in zijn jeugd nog geluid leek te krijgen uit een flink beschadigd exemplaar van de soundtrack van BATMAN met de begeerde eer van allereerste turntablist gaan lopen.) 

Het album GANRYU ISLAND werd in de eerste plaats in een gelimiteerde oplage uitgebracht op het Yukon label in 1984. (Later zou dit album op Johns eigen opgerichte label Tzadik heruitgebracht worden.) Het bevatte een reeks duetten met Satoh Michihiro, een virtuoos op 津軽三味線, ofwel Tsugaru-jamisen, dat met een plectrum annex plamuurmes bespeelde driesnarige instrument, waar onder meer geisha’s zo bedreven in zijn. Niet onbelangrijk is dat vanaf hier John Zorn’s liefde voor het land van de Rijzende Zon begon te groeien. Sterker: hij zou er het komende decennium verblijven en ondanks de totaal andere cultuur, er even intens aan de slag gaan zoals hij dat in New York deed. (Die arme Jappen hadden natuurlijk geen idee wie ze juist in huis haalden.)

Echter niet voordat Johns unaniem goed onthaalde en op Ennio Morricone gebaseerde THE BIG GUNDOWN (Elektra Nonesuch, 1985) leek uit te groeien tot zijn eerste echte succesplaat.

”This is a record that has fresh, good and intelligent ideas. It is a realization on a high level, a work done by a maestro with great science-fantasy and creativity… Many people have done versions of my pieces, but no one has done them like this.”, dixit Ennio Morricone.

Andere albums die doorheen de jaren de status van classic bereikt hebben zijn onder meer het op drie file-card compositions (stem, strijkers & turntablism) gebaseerde SPILLANE/GODDARD (1985-1986-1987) en een beetje onze eigen favoriete punk jazz compositional workshop NAKED CITY (1989) by Naked City’, waar onderaan wordt op terug gekomen.

Zelfs iemand als John Zorn – die volgens onze bescheiden mening enkel zijn eigen religie kan beleven – kan zijn Joodse roots niet ontkennen. Dat deed hij dan ook totaal niet. Wel integendeel zelfs. Hoewel platenfirma’s als het Japanse DIW label blijvende interesse vertoonden, werd het snel duidelijk dat er met die enorme en diverse output niet elke keer gesmeekt kon worden om een aparte release. John had ondertussen ervaring als labelmanager opgedaan bij het Japanse Avant Subsidiary label, maar de nood voor een eigen creatieve honk en blijvend platform drong zich op. Radical Jewish Culture found his home, Tzadik was born.

”There is a life of tradition that does not merely consist of conservative preservation, the constant continuation of the spiritual and cultural possessions of a community. There is such a thing as a treasure hunt within tradition, which creates a living relationship to tradition and to which much of what is best in current Jewish consciousness is indebted, even where it was – and is – expressed outside the framework of orthodoxy’.”, dixit Gershom Scholem

Ter zijner tijd zal dit onafhankelijk label een eigen plaats krijgen, maar weet alvast dat dit platform puur fungeert als creatief broeinest in al zijn aspecten en dus niet zozeer op het commerciële is gericht. Met het internet is het allemaal one-click-away, maar Tzadik releases waren jarenlang amper verkrijgbaar. Het is onduidelijk hoeveel albums ondertussen via Tzadik het levenslicht zagen, maar indien U beseft dat Zorn zelf alleen al credits mocht ontvangen als componist, arrangeur of producer van ondertussen een dikke 500 albums; wel, kunnen we alleen maar gokken dat dit hier een veelvoud van zou zijn.

Tzadik bracht, naast verschillende albums onder zijn eigen naam, jaar na jaar ook massaal veel werk van andere zielsverwante muzikanten uit. Only to mention a few: huisgitarist Marc Ribot (Zie ook Re-Connecting The Dots Revisited #6), elektronica-wizard Ikue Morinoise-goeroe Merzbow, Masada, Buckethead, Keniji Haino, Tim Sparks, Manorexia, Bill Laswell, Li Chin Sung, Mike Patton, Zeena Parkings, David Shea, Mark DeGliAntoni, Arnold Dryblatt, Omar Klein, Chris Wolff, Ruins, Earle Brown, Anthony Coleman, Fausto Romitelli, Derek Baily, Jim O’ Rourke, Yuji Takahashi, Mark Dresser, Elliot Sharp, Kayo Dot, Frank London, Morton Feldman, Otomo Yoshihide, Evan Parker, Eyvind Kang, Rashanim, Yoshida Tsuya, Fred Frith, Syzygys, Wadada Leo Smith, Korekyojinn, Terry Riley, Mamoru Fujieda, Wayne Horvitz, Time of Orchids, en een Teiji Ito (tevens een album gewijd aan het theaterstuk ROI UBU (1896) van Alfred Jarry. (zie ook Re-Connecting the Dots Revisited). Er zijn zeker nog spannende labels die avant-garde en experimentele muziek aan de man brengen, maar we kennen er simpelweg geen enkel dat in zijn bestaan zo vastberaden en vergeven-van-eigen-spirit volhardt in zijn opzet. 

John Zorn wordt vaak als jazzmuzikant gecatalogiseerd. Wat hij zelf veel te beperkend vindt.

“The term ‘jazz’, per se, is meaningless to me in a certain way. Musicians don’t think in terms of boxes. I know what jazz music is. I studied it and I loved it. But when I sit down and make music, a lot of things come together. And sometimes it falls a little bit toward the classical side, sometimes it falls a little bit towards the jazz, sometimes it falls towards rock, sometimes it doesn’t fall anywhere, it’s just floating in limbo. But no matter which way it falls, it’s always a little of a freak. It doesn’t really belong anywhere. It’s something unique, it’s something different, it’s something out of my heart. It’s not connected with those traditions. But the music is not jazz music, it’s not classical music, it’s not rock music. It’s a new kind of music. So I feel like that created a deep misunderstanding in what this music is. People started judging this new music with the standards of jazz, with the definitions of what jazz is and isn’t, because stories about it appeared in jazz magazines. And now I’ll do a gig at the Marciac Jazz Festival and I’ll get offstage and Wynton Marsalis will say: ”That’s not jazz.“ And I’ll say: ”You’re right! But this the only gig I’ve got, man. Give me another festival and I’ll play there.”, dixit John Zorn.

Een apart hoofdstuk in John’s oeuvre is zijn filmmuziek of beter: zijn benadering daarvan. Zoals eerder vermeld was hij van in zijn tienerjaren al gebeten door met name Carl Stelling’s cartoon tunes en massa’s reguliere film soundtracks. U moet ook weten dat de filmwereld in die tijden enorme budgetten ter beschikking had voor componisten van enige naam en John was zich daar wel degelijk van bewust.  

 “After my record ‘The Big Gundown’ came out I was convinced that a lot of soundtrack work was going to be coming my way.”, dixit John Zorn.

Hoewel Ennio Morricone effectief wel enige status had, eveneens in Hollywood, waren het voornamelijk de kleine onafhankelijk filmmakers die aangetrokken werden door Zorns bewerking op dit album. In vormen van betaling waarschijnlijk niet noemenswaardig, maar kwestie van status mag er voor ons part gewoon een standbeeld naast dat van het Vrijheidsbeeld gebouwd worden. John heeft muziek geschreven voor documentaires, televisie ads, cartoons en underground films, die gedocumenteerd zijn in de ongoing series FILMWORKS, die dit jaar zijn 25ste aflevering uitbracht. Gaande van zijn eerste werk voor zowel Rob Schwebber zijn kortfilm WHITE AND LAZY (1986), als van datzelfde jaar SHE MUST BE SEEING THINGS van Sheila McLauglin, helemaal gaande tot numero XXV CITY OF SLAUGHTER/ SCHMATTE/ BEYOND THE INFINITE. Dat dit een leefwereld op zich voorstelt, behoeft waarschijnlijk geen tekening. De relatief kleine commissies werden prompt terug in experimenten gekieperd met zijn steeds meer voet aan de grond krijgende poel van Downtown muzikanten, maar meer dan eens werd geopperd dat Johns eigen muzikaal kanon ondertussen zo wijd was geworden, dat eigenlijk niemand nog een overzicht had.  

Nu we toch in de standbeeld-branche zitten, zou ondergetekende er graag eentje extra willen bestellen, puur en enkel voor het ensemble Naked City. Zorn vatte deze punk jazz formatie op als zijn compositional workshop, die oorspronkelijk de grenzen van een stereotiepe rockband wilde aftasten. Toen in 1988 de bezetting John Zorn (altsaxofoon), Bill Frisell (gitaar), Fred Frith (bas), Wayne Horvitz (keyboards) en Joey Baron (drums) + occasionele gastbijdragen van Yamatsuka Eye en Bob Dorough een feit werd, gebeurde er echter wel een beetje meer dan dat.

Zonder verpinken werden de fundamenten van klassieke muziek, jazz, country, surf, punk rock, heavy metal, grindcore en alles wat voor de gemiddelde luisteraar orenschijnlijk haaks op elkaar staat, door het verteringssysteem van een muzikale herkauwer geperst, om er vervolgens een diner uit te brouwen dat zijn gelijke niet kent. Live bleek dit dan ook nog eens zodanig straf te zijn dat instant waxing – op plaatsen waar U niet eens wist dit nodig te hebben – gegarandeerd kon worden. We kid you not: het was in de Amsterdamse Carré – de eigenlijke Naked City reünie van 2003, in het kader van het Holland Festival – dat we overduidelijk gerodeerde jazzfanaten – mede door Mike Patton zijn schurende, piepende en krijsende keelgat – plots naar de hartstreek zagen grijpen om van deze Schaal-van-Richter-bepalende-aard-shock te bekomen. Dolletjes! (We hebben doorheen de jaren vele John Zorn formaties mogen meemaken, waaronder het historische concert van Masada in 1994 op de gelijknamige berg in Israël zelf, maar zonder kijf staat deze outta-spaceklankentsunami-in-Crass-style in ondergetekende zijn faves aller tijden!)

Genaamd naar het gelijknamige fotografisch boek van King-of-crime-photography Weegee, draaiden de eerste sessies gelijk uit op een agressieve mengelmoes van bluesy hard bop, scheurende rock, piepende free jazz, metalen funk en – dat was misschien nog het vreemdste element – ook de liefde voor de hard- en grindcore van respectievelijk in de rubriek Svn’s Essential Nine #13 en SEN #14 besproken Agnostic Front en Napalm Death, kwam in Naked City helemaal boven drijven.

Echter niet voordat verschillende platenfirma’s en censuurboards nog even moeilijk kwamen doen over het artwork van Naked City. Eerst was er de kritiek op het gelijknamige album, met de foto van Weegee’s CORPSE WITH REVOLVER C.A. (1940). Deze toonde een gangland killing en werd dus niet geapprecieerd.

De kritiek op het tweede album GRAND GUIGNOL (1992) werd John teveel en hij besloot daarom Elektra Nonesuch te verlaten. De andere albums werden vervolgens uitgebracht op Avant, maar daar sloeg het Comittee Against Anti-Asian Violence toe.

Met name het artwork voor TORTURE GARDEN (1989) en de EP LENG TCH’E (1992), vanwege het blootstellen van offensieve beelden van Aziaten. (Om problemen te vermijden werden deze dan in 1997 uitgebracht als BLACK BOX) Evenals de originele foto van een lynch partij die van Painkillers EXECUTIOIN GROUND (1994) werd verwijderd. Ongetwijfeld was deze censuur één van de redenen om een eigen label te beginnen, want later werden deze platen ge-re-released op Tzadik, met origineel artwork.

”Naked City started with rhythm and blues/spillane type things ,then went into this hardcore thing…because I was living in Japan and experiencing a lot of alienation and rejection… My interest in hardcore also spurred the urge to write shorter and shorter pieces.”, dixit John Zorn.

Als we al eens over een wonder mogen praten, durven we gerust Naked City naar voren schuiven, want zelfs de cross-over in hardcore (onder andere de scene van D.R.I. of R.K.L., maar ook Agnostic Front en Napalm Death zelf) kwam niet verder dan enkele metal riffs over te nemen. Versta ons niet verkeerd, goed gedaan, maar in vergelijking met Naked City was dit niet meer dan in de zandbak spelen. Ok, als je eerst TORTURE GARDEN (1989) met zijn 42 hardcore miniatuurtjes leert kennen…, maar doe zeker ook de moeite om het daaropvolgende album GRAND GUIGNOL (1992) te ontdekken. Hier kan je namelijk evengoed Claude Debussy, Orlande De Lassus, Olivier Messiaen, Charles Ives en Alexander Scriabin op ontwaren. In hetzelfde jaar is ook nog HERETIC (1992)  uitgekomen, dat meer korte improvisaties bevatte, die voor Harry Smith underground S/M film JEUX DE DAMES CRUELLES (1962) bestemd waren. (In dat productief jaar was er ook nog de tweede bovengenoemde EP LENG TCH’E (1992), die slechts één compositie bracht van net over een half uur).

Ook Painkiller’s GUTS OF A VIRGIN (1991) moest er aan geloven. Niet alleen werd het eerste shipment op het eiland door de douane letterlijk vernield, vanwege volgens hun het overtreden van de Obscene Publications Act, maar kreeg de EP uiteindelijke het finale brandmerk der verbanning.

Het volgende album nam een compleet andere koers aan, maar daarom niet minder interessant. Zorn componeerde namelijk RADIO (1993) op zijn eentje en liet daarin ongebreideld zijn muzikale invloeden bovendrijven. En dat zijn er heel wat! Denk Charles Mingus, Booker T. and The M.G’s, Colin Wilson, Albert King, Little Feat, Ruins, Quincy Jones, Extreme Noise Terror, Ornette Coleman, C.O.C., Bernard Herrmann, Santana, Ivo Papasov, Chuck Brown, Tony Williams’ Lifetime, Sammy Cahn, Naftule Brandwein, Repulsion, Led Zeppelin, Massacre, Sam Fuller, Funkadelic, Charlie Haden, Frank Sinatra, The Accüsed, The Melvins, Orchestra Baobab, Morton Feldman, The Meters, Beatmasters, Mick Harris, SPK, Eddie Blackwell, Conway Twitty, Carole King, Red Garland, Boredoms, Abe Schwartz, Liberace, Jan Hammer, Roger Williams of de in de rubriek Re-Connecting The Dots Revisited #9 besproken Igor Stravinsky.  In 1993 was er nog het aan Olivier Messiaen opgedragen album ABSINTHE (1993), waar typerende ambient noise verhuld werd in titels van werken van Fin De Siècle Decadent movement aanhangers als Les Poètes Maudits Charles Baudelaire of Paul Verlaine.

Abraham-zij-dank was er nog de reünie toer in 2003, maar dat betekende dan ook het einde van Naked City. Ondanks extreme genres als grindcore etc., voor ondergetekende misschien wel één van de hefstigste muziekschokken tot datum.

Muzikale veelvraten als John Zorn zitten echter niet stil. Het einde van het ene is het begin van het andere en zo geschiedde alweer een nieuw mirakel. Samen met meesterbassist Bill Laswell en drumwonder Mick Harris werd in 1991 Painkiller gevormd. U mag de naam letterlijk nemen, want met de twee live- en drie studioalbums werd de pijngrens via deze nieuwe formatie wel degelijk verlegd. Painkiller speelde een op free-jazz geïnspireerde grindcore wervelwind, die uiteindelijk op John Zorn’s 50TH BIRTHDAY CELEBRATION VOLUME 12 (2005) verschenen. (Met guest vocalist Mike Patton en met Hamid Drake als vervangende drummer voor Harris.)

Vreemd genoeg trokken beide formaties – met name in Japan – een globale interest naar zich toe. Zorns niet echt stilzittend gat, die toen nog in Tokyo woonde, ging een ware symbiose aan met Japanse artiesten van allerlei slag. De brug Tokyo-New York was gesmeed. 

In de lijn van Zorn’s verdieping in hardcore improvisations moet misschien extra vermelding gemaakt worden van HEMOPHILLIAC (2002), met als bezetting John Zorn zelf, in combinatie van Mike Patton en elektronicawizard Ikue Mori, want vanwege zijn gelimiteerde oplage (2.500 stuks), is deze dubbel-CD wel een buitenbeentje.  

Tot op heden kunnen we het hardcore luik afsluiten met het Moonchild Trio. Zorn componeerde en de uitvoering van de twee eerste albums MOONCHILD: SONGS WITHOUT WORDS (2006) en ASTRONOME (2006) werden voltrokken door de bezetting van alweer Mike Patton (het is dan ook zo’n stemwonder), Trevor Dunn (bas) en Joey Baron op drums. Op het derde album SIX LITANIES FOR HELIOHABALUS (2007) – dat geïnspireerd werd door de bijnaam van de Romeinse keizer Marcus Antonius – werd het trio versterkt door Ikue Mori, Jamie Saft, Martha Cluver, Abby Fischer, Kirsten Sollek & Zorn zelf. Er verschenen nog THE CRUCIBLE (2008), IPSISSIMUS (2010) en in TEMPLARS IN SACRED BLOOD in 2012.

Een ander onvermijdbare constante in John Zorn’s totale oeuvre is Masada in al zijn vormen.

Later gedoopt in Acoustic Masada bestond dit kwartet uit Dave Douglas (trompet), Greg Cohen (bas), Joey Baron (drums) en John Zorn op altsaxofoon, met de nobele taak om Ornette Coleman in dialoog te brengen met de Joodse toonladders. De originele Masada albums waren genoemd naar de eerste 10 letters van het Hebreeuwse alfabet (ALEF, BELT, GIRNEL, DALET werden uitgebracht in 1994. HEI & VAV in 1995. ZAYIN & HET in 1996, TET & YOT in 1997 en bevatte composities met Hebreeuwse titels. En tenslotte werd SANHEDRIN 1994-1997 (Unreleased Studio Recordings) op Tzadik uitgebracht in 2005.) Nu legde John zichzelf de taak op om binnen het jaar 100 composities te schrijven, waarin hij de typisch Joodse muziekstijl Klezmer in zijn al meer dan ruime palet diende te integreren. Dat lijkt een massa, maar dat is niet gerekend met de begeestering van een John Zorn. Het derde jaar na zijn opgelegd doel zat hij al aan 200 composities en dat werd bekend als het eerste MASADA BOOK.

”The project for Masada was to create something positive in the Jewish tradition that maybe takes the idea of Jewish music into the 21st century the way jazz developed from the teens and 1920s into the ‘40s, the 50s, the ‘60s and on…”, dixit John Zorn.

Een nobele gedachte, met dat verschil dat hoewel jazz – in principe: muziek van het moment – ontsproten was vanuit de slavenhandel (lees: eveneens een niet te onderschatten menselijk leed), het jodendom de holocaust te verwerken kreeg. Het is natuurlijk geen wedstrijd van wie het ergste heeft meegemaakt, maar punt is dat jazz tot de dag van vandaag daadwerkelijk zijn positieve boodschap weet uit te dragen. Klezmer is goed op weg, maar hier is nog heel wat werk aan de winkel.

”My initial plan was to write 100 tunes in a year that touched upon the Jewish tradition and that was an interesting challenge. It was really fun as a composer to come home and write something that could be finished sometimes in 10 minutes, sometimes in an hour or sometimes an evening…”, dixit John Zorn.

De eerste aanzet tot Zorn’s Radical Jewish Culture was zijn muzikale reflectie op de beruchte Kristallnacht. Deze Night of Broken Glass, die in de nacht van 9 op 10 november 1938 plaatsvond, wordt algemeen aanvaard als het startpunt van de Holocaust. Het album KRISTALLNACHT dat in zeven composities deze reflectie vorm geeft, werd uitgegeven in 1992. Nu mag U voor of tegen het Jodendom zijn, maar iedere weldenkende mens kan wel begrijpen dat elke Jood dit waanzinnig gegeven met zichzelf meedraagt als een verborgen litteken.

 “The Masada songbook was really something that was like the Irving Berlin songbook or the Burt Bacharach songbook or the Thelonious Monk songbook. Here’s another lifetime for me. So when I look at what’s been accomplished in the world of Masada, it’s kind of unbelievable. Of course I had no idea at the time I started. My initial idea was to write a hundred tunes. And then I ended up writing over 200 for the first book and performed it countless times for years.”, dixit John Zorn.

Verdere Masada releases bestonden uitsluitend uit live registraties opgenomen in Jerusalem, Taipei, Sevilla, het Antwerpse Middelheim en in de New Yorkse Knitting Factory en Tonic.

Het geplande concert in het Lincoln Center For The Performing Arts van maart 2007, zou het laatste zijn van The Masada Quartet, maar in 2009 kwam een reformatie invoegen, die met Uri Caine & Cyro Baptista uitgebreid werd naar een sextet.

 

“I felt like we kind of hit a plateau a little bit in 2007 and I said: ”Well, maybe the quartet is really done. Maybe we’ve accomplished what we can accomplish. Maybe it’s time to put this to bed.“ And then I was asked by the Marciac Jazz Festival to put together a slightly larger group. They asked me what if I added a couple of people to Masada and I said:”I can’t add anybody to the quartet. The quartet is the quartet, that’s what we do.“ But then I thought:”Well, if I was going to add someone, I would probably ask Uri and Cyro.“ So we tried it at Marciac and it was unbelievable. We didn’t even have any rehearsal time. I just passed the charts out and said:”Ok, just watch me because I’ll be conducting. Let’s just do it.“ And it was one of those magical clicks on the bandstand that sometimes happen. So yeah, this band is taking off again. After 15 years of doing this music, we still find new things.”, dixit John Zorn.

Dit eerste Book werd door vele verschillenden ensembles en muzikanten uitgevoerd. We hebben The Masada String Trio (Greg Cohen (bas), Mark Feldman (viool) & Erik Friedlander (cello)), dat eenmaal aangevuld met Marc Ribot (gitaar), Cyro Baptista (percussie) en Joey Baron (drums) ook wel optreedt als Bar Kokhba Sextet. De meest recente formatie is natuurlijk Electric Masada, dat bestaat uit dezelfde bezetting, aangevuld door Trevor Dunn (bas), Ikue Mori (electronics), Jamie Saft (keyboards) en Kenny Wollesen (drums).

Om het helemaal verwarrend te maken, werden voor de tiende verjaardag een series van vijf Masada themes op Tzadik uitgebracht. MASADA ANNIVERSARY EDITION VOL. 1: MASADA GUITARS in 2003 (Marc Ribot, Bill Frisell, Tim Sparks) en nog twee albums met verschillende artiesten: MASADA ANNIVERSARY EDITION VOL 2: VOICES IN THE WILDERNESS (2003) en MASADA ANNIVERSARY EDITION VOL 3: THE UNKNOW MASADA (2003). In 2004 kwam MASADA ANNIVERSARY EDITION VOL 4: MASADA RECITAL (Mark Feldman, Sylvie Courvoisier) en 2005 MASADA ANNIVERSARY EDITION VOL 5: MASADA ROCK (Rashanim)

In 2004 begon Zorn te componeren aan zijn tweede MASADA BOOK, dat met zijn 300 composities bekend staat als THE BOOK OF ANGELS (periode 2005 – 2017) en dat we uitgebreid op Jazz Middelheim (2011) hebben mogen ondergaan.

”After 10 years of performing the first book, I thought: ”Maybe it’d be nice to write some more tunes.” And I wrote 300 more tunes. When I started writing those it was: ”Let’s see if I can write a hundred songs in a month this time.“ I’ve been working on these scales and playing these tunes all this time. Somewhere in the back of my head, all kinds of new ideas are lodged. Let’s see if I can come up with 100 tunes in a month instead of a year. So in the first month, I popped out a hundred tunes; the second month, another hundred; in the third month, a third 100 tunes. I had no idea that was going to happen.”, dixit John Zorn.

Veel van de titels van THE BOOK OF ANGELS composities stammen af van de demonologie of de Joods-Christelijke mythologie en werden door talloze formaties uitgevoerd. To name a few: Masada String Trio, Jamie Saft Trio, Uri Caine, Marc Ribot, Erik Friedlander, Secret Chiefs 3, Mark Feldman, Koby Israelite, Bar Kokhba Sextet, Medeski, Martin & Wood, Mark Feldman & Sylvie Courvoisier & Masada Quintet.

Heel eerlijk kunnen we zo nog een tijd doorgaan, want de lijst is werkelijk eindeloos. Wat wel opvalt is dat ondanks John Zorns massale verdiensten – en daadwerkelijk op zijn ukkie meer verwezenlijkt te hebben voor onder meer Joodse muziek dan wie ook – hij in feite maar mager beloond is geweest. Er zijn een aantal gekaapte prestigieuze prijzen, zeker en vast, maar in verhouding tot andere winnaars is dit eerder aan de povere kant. Althans in aantal, maar zeg nu zelf: beter toch een schare buit aan betekenisvolle erkenningen, dan een kast vol goodiebags van pakweg de Oscars? Niet dan?

Rest ons nog alleen te melden dat John in Gent een hele resem vrienden mocht meebrengen voor zijn zestigste verjaardag en dat dit onmiskenbaar uitdraaide tot één van de meest memorabele hoogdagen uit de gehele festivalgeschiedenis. Voor de specificaties verwijzen we U graag door naar onderstaande links, maar weet dat alvast The Dreamers / Electric Masada, James Moore, Moonchild, Tirzah-Quartet, Illuminations / The Holy Visions / The Alchimist & Song Project hier allen present tekenden om hun ding te komen doen. Lees: de halve Tzadik stal staat paraat om U van Naked City tot The Book Of Heads, recht into Filmworks te begeleiden en zo de wondere wereld van John Zorn te betreden, die overigens zelf ook nog een dj-set verzorgde. 

Was ook zeker een aanrader: ‘The Art of The Obsessions Collective’ in de Zebrastraat.

Happy Birthday, John!

Happy Birthday, John!

Happy Birthday, John!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: