Re-Connecting The Dots Revisited #6: Marc Ribot @ Nona, Mechelen (01.12)

 

Het lijkt bijna uit een prehistorisch museum te komen, maar misschien herinnert U zich
nog dat de relatief recent van naam veranderde kunstenwerking VIERNULVIER, nog
niet eens zo heel lang geleden Kunstencentrum Vooruit heette?

Vooruit geschiedenis 1

Sterker nog, met de enigszins potsierlijke leuze ‘Kunst Veredelt‘, die al meer dan eeuw boven het podium van de theaterzaal hangt, vierde Kunstencentrum Vooruit in 2013 zelfs haar honderd jarig bestaan. (Kan U het zich voorstellen? Honderd jaar; als in een eeuw?!) Maar dan nog zag een bepaalde Vlaamse Socialistische Partij er geen graten in om zich deze, nogmaals, meer dan een eeuw oude en gevestigde naam toe te eigenen?? Begrijpe wie begrijpe kan, toch?

Marc RIbot 1

In het kader van Vooruit 100 werden tal van activiteiten op touw gezet en ook Marc Ribot nam in 2013 de uitnodiging maar al te graag aan om opnieuw op de Gentse planken zijn ding te komen doen. U mag zelfs weten dat Marc Ribot eerder zelden solo speelt, maar dat heeft de gitaarvirtuoos toen wel degelijk gedaan. Ook in het Mechelse Kunstencentrum Nona staat Marc solo in een eerste set op de planning, maar een tweede deel zal helaas zonder de in de rubriek Svn’s Essential Nine #20  beschreven Mdou Mctar zijn, maar zoals beschreven in Saorstát #13 met ander goed volk als Vitja Pauwels.

Marc RIbot 2

Voor de feestelijkheden van Vooruit 100 nam Ribot als uitgangspunt de protestsong “Bread And Roses” die in 1912 voor het eerst op muziek werd gezet door Caroline Kohlsaat en later werd gecoverd door onder meer Judy Collins (°1931) en Joan Boaz (°1941). Opmerkelijk, want achter deze orenschijnlijke onschuldige songtitel zit een heel verhaal van kommer en hoop.

“Bread and Roses” 

Bread and Roses Strike 1912

As we come marching, marching in the beauty of the day,
A million darkened kitchens, a thousand mills lofts gray
Are brightened by the beauty a sudden sun discloses,
And the people hear us singing, “Bread and Roses, Bread and Roses!”

As we come marching, marching, we battle too for men
For they are in this struggle, and together we can win.
Our lives shall not be sweated from birth until life closes.
Hearts can starve as well as bodies: “Give us Bread, but give us Roses.”

As we come marching, marching, a hundred million dead
Go crying through our singing their ancient cry for bread.
Small art and love and beauty their drudging spirits knew.
Yes, it is bread we fight for, but we fight for roses, too.

As we come marching, marching, we’re standing proud and tall;
The rising of the women is the rising of us all.
No more the drudge and idler, ten that toil where one reposes,
But a sharing of life’s glories: “Bread and Roses, Bread and Roses!”

As we come marching, marching, in the beauty of the day,
A million darkened kitchens and a thousand mill lofts gray
Are brightened by the beauty a sudden sun discloses,
And the people hear us singing, “Bread and Roses, Bread and Roses!”

Lyrics: James Oppenheim 

Tune: Caroline Kohlsaat 

Geïnspireerd op de lijn ”The worker must have bread, but she must have roses, too”, die voor het eerst werd gefraseerd in een speech van de uiteindelijk 90 jaar geworden socialistische en feministische vakbond-leidster Rose Schneiderman, slaagde bijvoorbeeld James Oppenheim erin zijn gedicht BREAD AND ROSES in 1911 in The American Magazine te laten publiceren en zo de hele Women In The West gedachte te ondersteunen. Maar uiteindelijk werd deze uitspraak vereeuwigd als het lijflied van de gelijknamige “Bread And Roses Strike’” uit 1912, in Lawrence Massachusetts, alwaar stakende textielarbeiders opkwamen voor hun rechten. 

Weliswaar ditmaal met zijn powerrock formatie Ceramic Dog, had Ribot dit werkmanslied al eerder gecoverd voor de eerste verjaardag van de Occupy-Wall-Street-Movement en kreeg het een plekje op de verschenen opvolger voor PARTY INTELLECTUALS (2008), namelijk het YOUR TURN (2013) album. Bijgevolg ligt de sociale en politieke materie bij zeer gerodeerde snaren en kwamen hier ook andere soortgelijke strijdliederen en instrumentals zeker aan bod.

Marc Ribot (°1954) is echter zoveel meer dan een zoveelste oproerkraaiertje. Sterker nog: hoewel hij het zelf nooit zo bedoelde, mag hij zichzelf gerust als een levende legende beschouwen. Niet alleen omdat hij met een oneindige waslijst muzikale notabelen het podium of de studio heeft gedeeld, maar omdat hij er gewoon zelf een verdoken exemplaar van is.

Wij kennen Ribot als een meester-gitarist, maar in feite werd kleine Marc uit Newark, New Jersey (Jazeker, THE SOPRANOS iemand?) in eerste instantie weggeblazen door meester-toeter Miles DavisYep, ook hier mogen The Rolling Stones verantwoordelijk gesteld worden voor hun aanstekelijke verderf dat bijvoorbeeld aangewakkerd werd door – surprise – gitarist Keith Richards. Toegegeven, elke ietwat superstar-in-wording zal hoogst waarschijnlijk hetzelfde geestelijke parcours afgelegd hebben, en – wie weet? – kon er toen misschien nog gesproken worden van een superieure kwaliteit, maar de kans dat petite Marc al door had dat die massaal aandringende groupies misschien niet enkel voor de good looks van Keith of Mick kwamen, mag toch eerder laag ingeschat worden.

Marc RIbot 3

Sowieso al niet het minste palmares, zowel in namen als in verscheidenheid, maar een eerste keerpunt begon pas echt te schuren wanneer Marc in ’84 zichzelf plots mede in het bootje van John Lurie zijn (The) Lounge Lizards aantreft.

En dat was net even anders dan tot nu dan het geval was geweest. Om het in de woorden van Robert Palmer (The New York Times) te stellen: ”The Lounge Lizards…have staked their claim to a musical territory that lies somewhere west of Charles Mingus and east of Bernard Hermann and made it their own.“ Stammende uit zowel de No wave uit begin jaren tachtig als jazz, zaten in de originele Lounge Lizards luitjes als gitarist Arto Lindsay of percussionist Anton Fier (Pere Ubu, The Feelies) en werden ze vanwege hun onnavolgbaar karakter – naar analogie van de fictieve hardrock band Spinal Tap – wel eens The Spinal Lizards genoemd. Ribot kwam er weliswaar bij in de tweede lichting, maar U begrijpt dat een paar jaar vertoeven tussen dergelijke klasbakken, de al van jongs af aan ingebakken veelzijdigheid alleen maar kan aandikken. En zo geschiedde.

We schrijven ondertussen 1985. Indien we Rolling Stone Magazine mogen geloven is het mede dankzij Ribot’s fijne gitaarspel, dat een herbronde Tom Waits zijn weg gevonden heeft om uit te breken als een rasechte troubadour-van-het-ongewisse. Waarschijnlijk zonder het toentertijd zelf te beseffen – en al zeker niet in deze versie – wordt RAIN DOGS (1985) ondertussen door velen beschouwd als één van de blauwdrukken van de New Weird Americana en door daar mede zijn stempel op te drukken, werd Ribot plots de nieuwe Messias voor muzikale avonturiers.

Of het pop, jazz, rock, avant-garde, klassiek, klezmer, minimalisme, noise, dub, no wave, improv, soul, punk, latin, cuba, funk… betreft, U kan het zo gek niet bedenken, want opeens stonden ze uit alle hoeken en krochten van de muziekwereld op Marc zijn voorgevel te drummen. Namedropping? John Cage, Solomon Burke, Elvis Costello, John Mellencamp, Robert Plant & Alison Krauss, Marianne Faithfull, Caetano Veloso, Medeski, Martin & Wood, The Jazz Passengers, Vinicio Capposella, Sierra Maestra, Madeleine Peyroux, Cibo Matto, James Carter, McCoy Tyner, Susana Baca, Jamaaladeen Tacuma, Alain Bashung, Sam Phillips, Marisa Monte, T-Bone Burnett, Vinicius Cantuaria, Allen Gingsberg, Auktyon, of ietwat recenter: Elton John, Jeff Bridges, Akiko Yano, Jolie Holland, Joe Henry, Norah Jones, The Black Keys, Allen Toussaint, … Of wat te zeggen van onze eigen Belgische trots Lyenn, waar Marc voor de opnames van THE JOLLITY OF MY BOON COMPANION (2009) zijn studiodeuren in New York graag opengooide.

Frantz Casseus 2

Alsook de samenwerking met choreograaf Wim Vandekeybus (1963), waarvoor Marc zijn snarenpluksels in dienst stelde voor INASMUCH AS LIFE IS BORROWED. Of het bij het Brusselse Les Disques du Crépuscule uitgebrachte MARC RIBOT PLAYS SOLO GUITAR WORKS BY FRANTZ CASSEUS (1993), tenslotte toch zijn eerste leraar. Tel daar nog de liefde voor de Gentse Vooruit bij en weet dat we hier eigenlijk met een meer dan halve Belgium-lover te maken hebben.

Op weg naar een vijf decennia overspannende carrière, mag Marc een 20-tal plaatjes op zijn conto krassen, waarin met het gemak van een naar de mond vliegende tortilla patatas, van het ene uiterste naar het andere gewiegd wordt. Eerder al uitvoerig belicht, maar voorlopig kunnen we enkel een Mauro Pawlowski linken aan dergelijke verscheidenheid aan genres, die als een tang op een varken gewoon staan te schitteren.

Er is natuurlijk het bovenstaande Marc Ribot’s Ceramic Dog, dat haast kind aan huis is in de Gentse Vooruit, maar ook een dik half jaar hiervoor nog De Kreun (Kortrijk) wist in te palmen. Het trio Marc Ribot, Shahzad Ismaily en Ches Smith (Secret Chiefs 3) – plus een aantal guestbijdragen – brengt op een bluesy ondergrond gesteunde power-post-rock en pakt verschillende classics onder eigenzinnige handen. Onder meer passeren “Bread And Roses’”, “Take Five”, “Sunship”, “Un poison violent c’est ça l’amour” of bovenstaande “Break On Through”, uiteraard gebracht op een manier die je nu niet direct zou verwachten. Men zou kunnen zeggen dat de lijn van Marcs vroegere experimental-noise-punk-no wave bands als Shrek of Rootless Cosmopolitans hiermee wordt doorgetrokken.

Naar het gelijknamige album wordt met de formatie Spiritual Unity Free Jazz improv icoon Albert Ayler onder de loep gelegd, met niemand minder dan Henry Grimes op bas, die in de jaren zestig zelf nog bij deze jazz-pioneer gespeeld heeft.

Dat Latijns-Amerikaanse ritmes hem al evenmin niet vreemd zijn, wordt bewezen met Marc Ribot Y Los Cubanos Postizos, waar de Cubaanse son van Arsenio Rodriguez verkend wordt.

Hoge toppen – tot superlatieven als meesterwerk toe – werden geschoren met het solo album SILENT MOVIES, dat in 2010 op Pi Records werd uitgebracht. Maar de cirkel is pas echt rond als je op een dag de vraag krijgt van in dit geval componist Carter Burwell (FARGO (1996) of NO COUNTRY FOR OLD MEN (2007) van de Coen Brothers) om de score te verzorgen van de verfilming van het boek dat jezelf aan je kind hebt voorgelezen. Plots neemt Marc de gitaarpartijen van Spike Jonzes WHERE THE WILD THINGS ARE (2OO9) voor zijn rekening. Maar dat is slechts één voorbeeld uiteraard: THE KILLING ZONE (1991, Joe Brewster), EVERYTHING IS ILLUMINATED (2005, Liev Schreiber), WALK THE LINE (2005, James Mangold), THE DEPARTED (2006, Martin Scorcese), DRUNKBOAT (2007, Bob Meyer), THE KIDS ARE ALL RIGHT (2010, Lisa Cholodenko) of zelfs spraakmakende documentaires als JOE SCHMO (1999, Gregory Feldman) & REVOLUCION: CINCO MIRADAS (2006, Nicole Cattell).

Meer choreografie via ALTOGETHER DIFFERENT van Yoshiko Chuma… of wat te denken van een live solo begeleiding van Charlie Chaplin’s classic THE KID?

In 2009 werd Marc als curator gebombardeerd voor een gedeelte van Ruhr Triennale, waaruit nieuwe collaboraties ontstonden met onder meer Iggy Pop, David Hidalgo (Los Lobos – Border Music), Bernie Worell (Caged Funk), Diana Krall, Tine Kinderann, Marianne Faithfull, Carla Bozulich of cajón (oorspronkelijk een Peruaanse handtrommel) virtuoos Juan Medrano Cotito.

Een jaar geleden zette Ribot trouwens Europa nog onder hoogspanning met John Coltrane’s in 1965 – maar postuum in 1971 – uitgebracht  SUNSHIP. Of wat te zeggen van zijn passage op Gent Jazz 2011 in samenwerking met Trixie Whitley.

Een compleet ander hoofdstuk zijn de collaboraties met de in de rubriek Re-Connecting The Dots #5 besproken John Zorn. Zoals bekend is Marc Ribot één van de voorname gasten die John Zorn zijn zestigste verjaardag luister kwam bijzetten op Gent Jazz, maar in correlatie tot Zorn tekende Ribot eerder ook alweer paraat in meerdere vormen. Naar aanleiding van Zorn’s curatorschap op Jazz Middelheim (2011) werden zowel Bar Kokhba Sextet als Electric Masada (en hier ook The Dreamers) uitgenodigd en U raadt nooit wie in deze bands de snaren betokkelt. Reken daarbij nog de al even ontelbare bijdragen op verschillende John Zorn albums als bijvoorbeeld de FILMWORKS series en dan kan U van ons aannemen dat U alweer even zoet bent.

Wel, U mag er zeker van zijn dat we er nog een stuk of wat vergeten zijn, maar indien U op 1 december nog geen plannen had, kan U alvast terecht in Kunstencentrum Nona alwaar Marc Ribot in het kader van het BRAND! Jazz Festival zal aantreden. In de tussentijd kunnen we U alvast van harte het boek UNSTRUNG: RANTS AND STORIES OF A NOISE GITARIST aanbevelen.

Marc RIbot Unstrung Book 1

 

Alle verdere info:

nona.be

 

 

 

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: