Svn’s Essential Nine #3: Docville 2021 @ Different Locations, Leuven (9 t/m 19 juni)

Dat COVID-19 ook in de filmwereld harde klappen heeft toegebracht zal wellicht niemand verbazen. Denk maar aan de welverdiende prijsuitreiking bij DE PATRICK (2019) van Tim Mielants waar nagenoeg niemand live aanwezig mocht zijn. Nochtans is men achter de schermen steeds blijven verder werken aan tal van series en films, hetzij in aangepaste vorm uiteraard.

Hetzelfde geld echter voor filmfestival-organisatoren die zwaar deelden in zowel die mentale als financiële uppercuts, want tot voor kort was er hoegenaamd geen perspectief. Er was wel het jojo-spel van een al dan niet groen licht en daardoor zakte het gemoed meer dan begrijpelijk tot ver onder het peil. De wanhoop nabij koos bijvoorbeeld het jaarlijkse BIFFF (Brussels International Fantastic Film Festival) voor een geheel online versie, of werden andere filmfestivals zoals een fysiek Offscreen verplaatst naar een latere datum dit jaar.

Maar driewerf hoera! Ineens mochten de cinema’s hun deuren terug openen, hetzij op ongeveer een vierde van hun normale capaciteit. Men hoeft echter geen wiskundig genie te zijn om in te zien dat de rendabiliteit hierdoor aan een zijden draadje komt te hangen. Niet alleen hangt het zwaard van Damocles door al die maatregelen boven de cinema’s (en bij uitbreiding concertzalen of muziekfestivals), maar ook boven de regisseurs/scenarioschrijvers/acteurs zelf natuurlijk.

De directeur van het festival, F. Moens, noemde enkele van de omstandigheden waar Docville 2021 moest tegen opboksen toen besloten werd uiteindelijk een fysieke versie te laten doorgaan. Ten eerste was er die algehele onzekerheid van wel dan niet mogen door te gaan. Zo werd het festival maar liefst vier keer uitgesteld en dat helpt niet bepaald om een positieve gemoedsrust te bevorderen voor zowel organisator als bezoeker. Ten tweede is het haast onmogelijk om onder deze fragiele omstandigheden de beoogde guests en speakers uit te nodigen.

Ten derde waren er de examens dat een aantal potentiële bezoekers letterlijk voor het blok plaatste. Ten vierde ging alles gepaard met een hittegolf die zowat alle terrassen deed vollopen. (Wat misschien banaal klinkt, maar waarvan de impact niet mag onderschat worden.) Ten vijfde was er dan tot overmaat van ramp dan ook nog eens het voetbal, dat nog eens extra alle terrassen inpalmde en bijgevolg ook kostbare tijd in beslag nam.

Maar kijk, ondanks alle tegenslagen mag Docville 2021 als eerste fysiek filmfestival van het jaar bestempeld worden. Sterker: uit de cijfers blijkt dat 2021 voor deze zeventiende editie van Docville ontegensprekelijk een zeer moeilijk jaar was, maar dat er op verschillende vlakken vreemd genoeg van een toename mag gesproken worden. Er mag zelfs geconcludeerd worden dat er een nieuwe stroom geïnteresseerden is ontstaan en dat lag ongetwijfeld aan de zeer sterke programmatie.

De openingsfilm DARK RIDER van Eva Küpper en WHITE CUBE van Renzo Martens werden reeds apart besproken via Cinematic Conundrum #1 + Cinematic Conundrum #2,  maar tussen de grosso modo zeventig (!) vertoonde documentaires zaten nog zoveel andere interessante parels die zodanig onder je vel weten te kruipen, dat een greep uit het overweldigende aanbod een extra belichting verdiend. Enjoy…

Svn’s Essential Nine…

A Glitch in the Matrix US (2020)

Regisseur: Rodney Ascher

Module Evenementen

Slotfilm + filosofische nabeschouwing Dr. Filip Buecker (Centrum voor Logica en Filosofie van de Wetenschappen, KU Leuven)

Een beetje filmliefhebber herinnert zich ongetwijfeld nog THE MATRIX-trilogie, die transgenders Lana (Larry) en Lili (Andy) Wachowski brothers/sisters op de mensheid loslieten en daarmee haast een ware revolutie into digitalism veroorzaakten. In 2019 mocht deze prijzen kapende trilogie 20 kaarsjes uitblazen en los van het feit dat sinds de release van het eerste luik van THE MATRIX in 1999 een nieuwe dimensie werd aangemeten aan het segment special effects, schoten simultaan op psychologisch en filosofisch vlak opnieuw de wildste theorieën vanuit alle kanten van onze wereld in bullit time modus als overwoekerend onkruid uit de klaarblijkelijk uiterst vruchtbare potgrond.

Wat is de Matrix? Waarom bestaat het of hoe werkt het? Wie heeft hem gebouwd? Met welk doel? Wie is daarin de meester? Wie zijn de onderdanen?

Uiteraard minder cyberpunk in vaal groen in beeld gebracht dan de Wachowskis dat deden en de obligate actie – die twee decennia geleden wel degelijk grensverleggend was – kunt u ook al schrappen. Niettemin is bovenstaande vraagstelling ongeveer het uitgangspunt van regisseur Rodney Ascher, die de ontstane hersenspinsels – en bijbehorend onderzoek – hieromtrent zodanig actueel vond dat hij ze in een documentaire goot om dit nog steeds gevoelig onderwerp breder open te trekken. Het is niet geheel duidelijk of de regisseur al die stellingen zelf gelooft, of eerder zijn brein hierover laat kraken om er een maatschappelijk debat aan vast te haken. In de film gaat Ascher te rade bij zowel wetenschappelijke als filosofische beschouwingen, maar strandt onvermijdelijk evenzo op regelrecht van de pot gerukte (voor alle duidelijkheid: geheel ongestaafde) complottheorieën die vaak aan het absurde grenzen.

Maar laat daar nu net het addertje onder het gras ronddwalen. Geheel tegen de heersende opinie in dat de aarde plat zou zijn, flirtten Pythagoras, Plato en nog een andere resem wijsgeren uit het Oude Griekenland destijds al met de mogelijkheid dat de aarde bolvormig was, maar ik zou niet bepaald graag in de schoenen hebben gestaan van de ontdekkingsreiziger die bij terugkeer van zijn verre reizen aan zijn hofhouding diens reisperikelen moest verantwoorden en daar en passant even vermeldt dat de aarde dus helemaal niet plat is. Je kan de oogballen aan gelijk welke hofhouding bijna uit hun kassen horen kruipen… 

Wat als de wereld die we kennen niet echt is, maar een computersimulatie waarin we allemaal onbewust gevangen zitten? Wat is de definitie van echt in werkelijkheid? Hoe verschilt dat bijvoorbeeld ten opzichte van het rotsvaste geloof in één of meerdere goden? Die spookgedachte is doorheen de geschiedenis ook wereldwijd aanvaard geweest?

Hoe absurd dit ook moge klinken, het is effectief zo dat volgens de wetten van de logica bovenstaande stelling reëler zou zijn dan wij ons kunnen inbeelden. Zonder twijfel is dit dan ook Ascher’s meest ambitieuze project waarmee hij vanuit de abstracte krochten van ons brein de mens iets wil laten inzien en daarvoor werd zelfs de hulp ingeroepen van Dr. Filip Buekens voor een filosofische nabeschouwing. A GLITCH IN THE MATRIX stond dan ook niet voor niets als slotfilm van het festival geprogrammeerd, want de bezoeker werd wel degelijk met laten we zeggen een kop vol vrije radicalen huiswaarts gestuurd.

All Light, Everywhere US (2021)

Regisseur: Theo Anthony

Module: Outside The Dox

Beeldopnametechnologie! U weet wel: al dan niet gewone of slimme camera’s, politiecamera’s, warmte- of koortscamera’s, drones etc etc. Met de opgerezen complottheorieën hieromtrent kan men ondertussen een bibliotheek vullen, want er is – terecht – veel rond te doen. Wat in de Lage Landen bijvoorbeeld begon met de – zeg maar gerust gehate – flitspalen, is ondertussen geëvolueerd naar volledige screenapparatuur die alomtegenwoordig is en onder het mom van veiligheid zelfs volledig ingeburgerd lijkt te zijn.

Wat vroeger enkel op een paranoia continent als Amerika leek te bestaan, staat nu op onze trottoir. Iedereen lijkt het maar normaal te vinden dat ons leven niet alleen overal gevolgd kan worden, maar daarbovenop ook nog gefilmd en zelfs gemeten wordt door bijvoorbeeld warmte- of koortscamera’s. (In 2011 nog een mooi fictief script voor de serie ‘Person of interest’, nu live te beleven overal waar je komt.)

Ondanks Jan Jambon’s veiligheidsplan dat Niveau S werd gedoopt, hinkt België voorlopig nog flink achterop – volgens vrt-journalist Tim Verheyden‘s op zijn zachtst gezegd wakker schuddende tweedelige documentaire PRIVACY en IK (2020) – met respectievelijk zijn voorlopig 3000-tal ANPR en 2000 slimme politiecamera’s, met die nuance dat waarschijnlijk onder druk van hun verzekeringsmaatschappijen ongeveer elk respectabel bedrijfje of villa wel een privé-veiligheidscamera voor zijn deur heeft geïnstalleerd. (Ter vergelijking: in Londen leeft ongeveer hetzelfde aantal inwoners als in België, maar daar hangen momenteel 400.000 al dan niet intelligente camera’s om haar bewoners constant te monitoren of te begluren.)

Nu, veiligheid voorop, dat spreekt voor zich, maar het rare van de zaak is echter dat talloze studierapporten uitwijzen dat het gebruik van camera’s nog nooit een misdaad heeft opgelost, laat staan er één heeft weten te voorkomen.

Wij kennen hem zijn DO ANDROIDS DREAM OF ELECTRIC SHEEP (1968), dat uiteindelijk de basis zou vormen voor Ridley Scott’s (1937) klassieker BLADERUNNER (1982), maar volgens sciencefiction auteur Philip K. Dick (1928-1982) zijn door Steven Spielberg (°1946) verfilmde MINORITY REPORT (2002) gaat het zelfs zover dat de criminele daad niet alleen wordt voorkomen vooraleer ze gepleegd zou worden, maar dat de dader – nogmaals, van zijn nog niet uitgevoerde criminele daad – zelfs wordt berecht voor zijn onvoltooide planning.

In het beste geval wordt de criminaliteit gewoon verschoven naar een minder gemonitord gebied, wat voor het lokale pleintje misschien een opluchting kan zijn, maar uiteraard het probleem niet oplost. 

Aangezien niet alleen die formele rapporten blijkbaar totaal worden genegeerd maar ook nog eens bakken veel geld kosten aan de belastingbetaler, wordt het bijgevolg niet eens tijd om de meer dan gezonde vraag te stellen wie hier dan uiteindelijk beter van wordt, behalve uiteraard de verkoopcentra van dergelijke camera’s en drones etc? Waar stopt het voorwendsel veiligheid om het mensenrecht (!) met rust gelaten te worden om legale dingen te doen dan juist? (Ja, U leest het goed: mensenrecht!) Het is niet omdat we sinds facebook dat vrijgevochten privacy-recht zelf uit vrije wil te grabbel gooien voor ieder die het wil lezen, dat dit – ik herhaal – mensenrecht zomaar van overheidswege met de voeten kan worden getreden. Of weet U wat er allemaal gebeurt met die enorme hoeveelheid vergaarde data? Kan deze bijvoorbeeld gemanipuleerd worden? Wie of wat verwerkt dat juist, en op welke manier? Voor welke doeleinden?

Zo haalt stand-up comedian Michael van Peel in één van zijn eindejaarconferences bijvoorbeeld het penetrerend effect van cookies aan, waar de achteloze internetgebruiker zelfs niet bij stilstaat wat voor een enorme digitale voetafdruk hij hiermee achterlaat. Maar het gaat nog veel verder dan dat.    

In ALL LIGHT, EVERWHERE wordt onderzocht hoe de overspoeling van al die zogenaamde veiligheidscamera’s als springplank kan fungeren voor zowaar een superieure blanke staatsonderdrukking. De film onderzoekt namelijk onder meer het snijvlak tussen ras- en politiewerk, dat mooi tot uiting komt tijdens een bezoek van een groep zwarten aan het in Arizona gelegen Axon Technology (het voormalige Taser), waar hightech lichaamscamera’s, stroomstootwapens en nog allerlei van die leuke gadgets worden ontwikkeld.

Het is dan ook opmerkelijk hoe één van de woordvoerders van dat bedrijf de ene na de andere ironische anekdote en allerhande metaforen uitbraakt, terwijl hij een beetje later de verregaande uitvoering van het hoog in het vaandel gedragen transparante karakter van het bedrijf aankaart. Bizar genoeg lijkt dit nogal in schril contrast te staan met de later voorgestelde ‘Black Box’, waar amper een verdieping lager een team onderzoekers het zicht kan afschermen om zo te voorkomen dat iemand er achter kan komen wat er feitelijk allemaal gecreëerd wordt.

Uiteraard is dit allemaal nog maar het topje van de informatie-ijsberg, want als ALL LIGHT, EVERYWHERE iets tracht aan te tonen, is het wel dat hoewel technologie in wezen objectief en logisch is, het schrikwekkend blijkt hoe simpel het is om deze technologie te manipuleren of te misbruiken. (FYI: oorspronkelijk werd zelfs buskruit niet ontworpen om er wapens van te maken.)

De film tracht de voornaamste significante aspecten van het technologische, maar ook culturele en filosofische gedachtengoed aan te kaarten, maar botst al snel op het feit dat de algemene culturele conditionering bezwijkt onder talloze vooroordelen, die bijgevolg de manier beïnvloedt waarop vergaarde data wordt geïnterpreteerd. Of die data nu afkomstig is van satellieten, stadscamera’s of de nieuwste body-camera’s, speelt geen enkele rol.    

Stof tot nadenken, want indien hier zo achteloos blijft mee omgegaan worden, zullen de gevolgen hiervan elke burger vroeg of laat aantasten. Niet voor niets werd op het jongste Sundance Film Festival de special jury award gekaapt.

AMERICAN UTOPIA US (2021)

STOP MAKING SENSE US (1985)

Regisseur: Spike Lee (°1957) – Jonathan Demme (1944-2017)

Module Spectrum

De naam Jonathan Demme zegt U misschien niet veel, maar zijn Oscar winnende SILENCE OF THE LAMBS (1991) doet wellicht wel een belletje rinkelen. (Niet voor niets is dit tot nader order slechts de derde pellicule uit de filmgeschiedenis die alle vijf categorieën – Best Director, Best Film, Best Actor etc – heeft gewonnen.) Het was ook diezelfde regisseur die het in 1985 op zich nam om een symbiose te capteren tussen een gestroomlijnde concertregistratie en intrinsieke performance art. Resultaat: STOP MAKING SENSE wordt algemeen beschouwd als één van de beste concertfilms ooit. Uiteraard valt hier over te discussiëren, maar feit is dat deze filmparel op het grote scherm zodanig goed tot zijn recht kwam dat ik zowaar even compassie kreeg met Spike Lee. Nochtans zonder hem ook maar in het minst te willen onderschatten: but hallelujah, what was he thinking?

In het kielzog van STOP MAKING SENSE, wordt AMERICAN UTOPIA eveneens ingezet met in eerste instantie enkel de immer enigmatische David Byrne (°1952), maar die wordt geleidelijk aan bijgestaan. Niet meer door de Talking Heads, maar door zijn eigen Broadway-orkest. Eerst door (een) danser(s), later door een eerste muzikant, een tweede muzikant, etc totdat alle muzikanten hun plaats op het podium hebben verkregen. Dit klinkt waarschijnlijk behoorlijk flets of voorspelbaar, en zo voelde het in het begin zelfs ook aan, maar was ik daar even ingetrapt zeg.

Om te beginnen lijkt de bijna 70-jarige Schots-Amerikaanse frontman niet alleen qua uiterlijk de levende incarnatie van David Lynch te zijn, maar ook wat hij allemaal uit zijn grijze hersencellen tovert had zo een uit zijn context gerukte Lynchiaanse verdwaal-puzzel kunnen zijn. Zo zijn er bij mijn weten slechts een handvol muzikanten die een muzikale confrontatie hebben durven aangaan met de verheerlijking van het irrationele en antikunst, beter bekend als het dadaïsme. Hedendaagse muziek bricoleren met de anti-muzikale bouwstenen die dadaïsten of de poètes maudits als Alfred Jarry of Hugo Ball reeds in 1916 via hun beruchte Cabaret Voltaire in Zürich etaleerden, is echt niet iedereen gegeven.

Maar Byrne en zijn veelkoppig orchestra doen het zelfs live met twee vingers in de neus en wel met een zodanige flair dat het onweerstaanbaar is om op je bioscoopstoel te blijven plakken. Byrne’s eigengereide blend van zijn uitgesproken humane ideeën en rhythm  swingt nog steeds als een tiet. Ondanks de ietwat voorspelbare opbouw raast deze concertfilm annex performance art als een wervelwind voorbij en doet je snakken naar één lange encore van nog eens 1h45. Demme kan er helaas niet meer bij zijn, maar hij mag op zijn spookachtige beide oren slapen; Spike Lee did it once again! Mo’ Better Byrne!       

Assholes: A Theory (Canada) 2019

Regisseur: John Walker + nagesprek professor en mediapsycholoog Joris Bruyninckx

Module: Spectrum

The drunk asshole, the aggressive asshole, the egocentric asshole, the sexist asshole, the brutal asshole, the manipulative asshole, the narcissistic asshole, the grumpy asshole, the cheating asshole, the reckless asshole, the playboy asshole, the bureaucratic asshole, the always lucky asshole, etc. We kennen ze allemaal en ik durf er opnieuw gerust een ledemaat van uw vriendin voor verwedden dat u dit lijstje van een nog meer persoonlijke touch kan voorzien, want waarom zijn er toch zoveel klootzakken op de wereld? ‘Of erger: waarom lijken net die klootzakken altijd zo succesvol? Of nog veel erger: waarom trappen in principe intelligente vrouwen toch steeds opnieuw in die klootzakken hun veel te doorzichtige trucjes? Of het ergst van al: waarom worden assholes telkens opnieuw verkozen tijdens verkiezingen?

Dit zijn maar enkele vragen die gepuurd werden uit ASSHOLES: A THEORY (2012), de New York Times besteller van Aaron James, professor filosofie aan de Universiteit van California.

Net als Aaron James, wil ook de award-winning regisseur John Walker (°1952) onderzoeken hoe het mogelijk is dat de hedendaagse klootzakken-cultuur zo kan floreren. In principe zit toch niemand te wachten op één of andere klootzak, zou je toch denken?

Bwaap! Wrong answer!

Walker begeeft zich hiervoor doorheen mogelijke hotspots waar assholes blijken te vertoeven (de clubs van elitaire colleges, de top van Silicon Valley, de pits van Internationale Financiën, etc) maar evenzo mede door de opkomst van het digitalisme  – waar de mogelijkheid bestaat zich achter één of andere alias te verschuilen – leven we momenteel in wel een heel narcistisch rude-n-nasty universum dat de maatschappij zoals we haar kennen dreigt te overwoekeren.

Bijgestaan door onder meer wetsdokter Saule Omarova, voormalig politieofficier Sherry Lee Benson-Podolchuk of Leslie Miley – een van de weinige African-Americans die tot in de top van Silicon Valley is doorgestoten – and last but not least John Cleese (°1931) – die zich op een gegeven moment bedenkt dat zijn eigen moeder wel eens een asshole zou kunnen zijn – onderzoekt Walker waarom assholes altijd in de slipstream der elite verkeren. Om van daaruit lijdzaam toe te zien hoe hun perverse verschijning meestal uitmondt in succes. Verder komen ook nog andere specialisten aan bod als bestuursvoorzitter, president en CEO van zijn bank Paul Purcell – bekend van zijn pionierende ‘NO ASSHOLE RULE’ – of de Italiaanse LGBTQ activist Vladimir Luxuria – beroemd door de al dan niet parlementaire onderonsjes met Silvio Berlusconi – of consultant Robert Hockett wiens inbreng zich heeft laten gelden tijdens de beurscrash van 2008.

Deze theorie zet in ieder geval aan om eens in eigen boezem te kijken, maar geeft vooral toch het duidelijke signaal dat we niet zomaar alles hoeven te slikken. Met Trump als ultieme politieke clown voorop.

Gunda (Noorwegen) 2020

Regisseur: Vicktor Kossavosky

Module: Outside the Dox

Iedereen die ooit een varken thuis heeft zien opgroeien, weet waarover ik het heb. Het begint als een piepklein wezen, maar datzelfde biggetje groeit in zijn scharrel-omgeving uit tot een mastodont die steeds opnieuw een verrassing in petto heeft voor zijn medebewoners. Gaande van een omgespitte hof tot een totaal verbouwereerde garage, de obligate her-decoratie van de tegels incluis. Niettemin getuigt een varken van een flinke dosis intelligentie en vreemd genoeg ook van een soort medeleven.

Ik had eerder dit jaar al gelezen over een film over een varken, die zijn wereldpremière beleefde op het Filmfestival van Berlijn, maar wat ik niet wist was dat deze daarbovenop op Joaquin ‘The Joker’ Phoenix als producer kon rekenen. U begrijpt de aantrekkingskracht toen Vicktor Kossavosky’s zogenoemde Gunda op de affiche stond te blinken.

Zonder idee van wat te verwachten was, bleek de film het dagelijkse leven te volgen van een varken (en haar talloze biggetjes), een éénbenige kip en een aantal koeien. Klinkt niet echt zo spannend hoor ik u denken, maar vergis u niet. In een artistiek zwart/wit en zonder ook maar enig gesproken woord, betovert Kossavosky’s cinematografische expressie de kijker op een weergaloze manier. Anderhalf uur lang wordt U namelijk vanuit het oog-veld van Gunda mee op sleeptouw genomen naar plekken in Noorwegen, Spanje en de UK, die U anders nooit te zien zou krijgen.

Een geheel ontwapenende, ontroerende en zelfs intieme kijk in het leven van een varken dat zich in het paradijs mag wanen, in haar houten kasteel vol vers stro. Dat vonden de criticasters blijkbaar ook, die alleen maar lof konden uiten over de eerlijke, pure manier die Kossavosky hanteerde om zijn film in te blikken. Het was echter enkel Eric Kohn van Indiewire die het resultaat aan wist te prijzen als ‘a visionary case for veganism in black and white’. 

Voor iedereen die van puur cinema houdt, is dit een aanrader van jewelste…

Oeconomia (Duitsland) 2020

Regisseur: Carmen Losmann

Module: Weten en Geweten

Geld is alom tegenwoordig en volgens het aloude spreekwoord zou geld niet gelukkig maken. Geld – of zijn equivalent – staat voor macht en prestige, maar ook voor indoctrinatie in alle lagen van de bevolking. (Wat best vreemd is in een wereld waar iedereen wordt geacht gelijk te zijn?) Sterker nog: talloze studies wijzen uit dat er nota bene genoeg geld op aarde aanwezig is om elke (ik herhaal: elke) bewoner op zijn minst van een basisinkomen te voorzien, maar hier wringt dus klaarblijkelijk het schoentje. Sommigen blijken namelijk iets meer gelijk voor de wet te zijn dan anderen. Kapitalisme blijkt namelijk samen te gaan met een constante groei van de kloof tussen rijk en arm. Sterker: de beoogde economische groei gaat haast per definitie gepaard met culminerende schulden en toch spreekt men nog steeds van een welvaartstaat? 

‘Hoe wordt geld dan juist gecreëerd?’, is de hamvraag die de Duitse regisseur Carmen Losmann zich stelt.

Dat kapitalisme de belichaming is van het spreekwoord ‘voor wat hoort wat’ zal waarschijnlijk enkel nog worden tegensproken door mogelijk een handvol overlevende altruïstische filantropen, maar in werkelijkheid zit dit gegeven zoveel dieper dat het bijna grenst aan het absurde.

Los van hun bekende voorliefde voor kunst, leerde de vooraanstaande Italiaanse familie De Medici – die als de grondleggers van het internationaal bankwezen worden beschouwd – reeds in de 15de eeuw dat bijvoorbeeld transacties als geld lenen enorm lucratief kunnen zijn. En dat is minder logisch dan U zou denken. Een aantal bollebozen hebben daar al menige nachten hun brein over laten glijden, hoe dit toch allemaal mogelijk is. Eén van die personen die niet vies is om zijn hersenen te pijnigen is bijvoorbeeld stand-up comedian Michael Van Peel, die onder meer in het kader van de reeks ZWIJGEN IS GEEN OPTIE in zeer heldere woorden laat aanvoelen hoe absurd en fragiel het wereldwijd gebruikte systeem – het zogenoemde fractioneel bankieren – wel niet in elkaar zit.  

Of zo probeerde in een vorig leven Sir Matthew Herbert mij ook de grondbeginselen van kapitalisme bij te brengen, maar hij drukte voornamelijk op het voor mij schokkend feit dat elke tegenbeweging of anti-beweging in feite niets anders doet dan de eigenlijke beweging te voeden. Sterker: in dit geval hangt het kapitalisme er zelfs voor een groot deel vanaf, want volgens deze excentrieke muzikant is het inherent aan kapitalisme dat het gewoon alles opslokt en zodoende ook de voedzame tegenbeweging mee verorbert.  

Vanwege met diezelfde materie aan de slag te gaan botst Losmann op enkele ontluisterende waarheden over hoe het kapitalisme werkelijk in elkaar zit. En dat dit stof tot nadenken is, behoeft waarschijnlijk geen tekening. Laag per laag pelt ze het begrip kapitalisme en legt vlijmscherp de meest onweerlegbare kenmerken bloot tot ze aan de kern komt. Een film die je blik op de wereld wel eens helemaal zou kunnen veranderen.

Yab Yum (Nederland) 2020

Regisseur: Anna Maria van ’t Hek

Module: Internationale Selectie

Dat Amsterdam een wereldstad is, zal waarschijnlijk door weinigen betwist worden, maar ik vraag me vaak wel af waarom dit juist is. Ik heb er namelijk school gelopen – wat uiteraard muziek gerelateerd was, zeker in tijden dat pakweg Brussel nauwelijks op de muzikale kaart stond – maar zeker in vergelijking met datzelfde Brussel liep die vergelijking nogal mank. Het antwoord is dan ook betrekkelijk simpel: tot de grote Amsterdamse trekpleisters behoren de volop aanwezige seks- en weedhuizen die cliënteel aantrekken uit alle lagen van de bevolking en niet in het minst uit de artistieke sector.

Nu zijn er wel meerdere cultuurhuizen die ge- of verfilmd zijn waar ik al dan niet als resident dj actief ben geweest, maar er zijn echter graduaties. Klassenverschillen en dat bewees YAB YUM decennia lang als zijnde één van de meest exclusieve luxe-bordelen van Amsterdam, en bij uitbreiding van de wereld. En dat mag U letterlijk nemen, want een establishment als Yab Yum biedt dingen aan die elders niet gevonden worden.

Hoewel ik er op dat eigenste moment geen benul van had en ik optrad als vervanger van een dj-collega, blijkt achteraf dat ik er weliswaar in een vorig leven – maar nu toch niet zonder enige trots – zelf ook een paar maal heb gedraaid tijdens mijn schoolse periode. En dat was super, want in tegenstelling tot de Belgische steden had Amsterdam destijds wel degelijk een sluitingsuur dat ten laatste om 6 uur ’s morgens inging. Het is te zeggen, dit gold voor de reguliere zaken als de Melkweg of Paradiso, of clubs als IT destijds, maar dus niet zo in YAB YUM. (Er werd wel gesloten, maar dat ging in mijn herinnering toch eerder naar de middag toe.)

Volgens mij is de regel ‘What happens in Yab Yum, stays in Yab Yum’ zelden zo van toepassing geweest, als je de urban legends voor waarheid mag aannemen, welke celebrities daar allemaal op zoek waren naar een befaamde iconische nacht. Hoewel de omerta gerespecteerd dient te worden, mag U gerust weten dat vele wereldberoemde muzikanten, artiesten of kunstenaars alsook allerhande politici, schatrijke oliesjeiks of soms zelfs blauw bloed moeiteloos hun gading vonden in Yab Yum. Deze documentaire toont dan ook gesprekken met het aanwezige personeel en directie waarbij het plezier – en ook trots – in hun werk gewoon van het scherm spat.

Het is te zeggen, tot op een gegeven moment, want tussen de voornoemde ‘alle lagen van de bevolking’ zit ook de criminele sfeer gehuisvest en eenmaal die het naar hun zin hebben, slaan de poppen aan het dansen. Echter op geheel de verkeerde manier, want naarmate de film vordert wordt het duidelijk dat beruchte criminelen het pand gestaag overnamen. De directie – of de verantwoordelijke althans – probeert dit zo goed mogelijk op te lossen, maar binnen de kortste keren knallen de eerste geweerschoten op de muren. Niet veel later wordt er voor de deur een man afgeknald en dat is natuurlijk geen ode aan de gegarandeerde discretie waar Yab Yum borg voor stond. Het begin van het einde was aangebroken. Decennialang had Yab Yum zijn plek veroverd, maar uiteindelijk konden ze enkel lijdzaam toezien hoe gangsters het voor hun verkloot hebben. Yab Yum was een instituut van de hoogste orde in zijn vakgebied, maar plots was het gedaan en dat laat Anna Maria op pakkende manier zien.

Zappa (US) 2020

Regisseur: Alex Winter

Module Spectrum

Of U voor of tegen bent is hier zelfs niet aan de orde, maar een beetje zichzelf respecterende muziekfreak heeft meer dan waarschijnlijk reeds een resem documentaires betreffende dit muzikaal wonderkind achter de kiezen. Niet meer dan logisch, want Zappa was een fenomeen dat zijn gelijke niet kent.

Zappa bestierde tot zijn dood in 1993 een volstrekt uniek universum dat daarbovenop ook nog eens bij de grootste muzikale orde mag gerekend worden, getuige de meer dan zestig albums die hij de wereld naliet. Coming to think of it: wie weet is het begrip zappen wel van zijn naam ontleend, want het tempo waarin zijn composities van de hak op de tak springen, blijft simpelweg ongehoord.  

Minder bekend was dat Zappa eveneens een enorm archief filmmateriaal beheerde met interviews, optredens, familieperikelen of zelfs zijn eerste liefde: waanzinnige animatiefilmpjes die hij als tiener in elkaar bricoleerde en waaruit blijkt dat één van zijn eerste passies explosieven was.

Alex Winter kreeg de sleutel tot dit hoogst waarschijnlijk ongezien walhalla en uit meer dan duizenden uren beeldmateriaal, wist hij een accuraat portret te schetsen door wonderwel Meneer Moustache als zijn eigen gids doorheen Zappa-land te laten opdraven. Wat Willy Wonka deed met snoepgoed deed Zappa hier met muziek en dat begon al van jongs af aan. 

Wist U trouwens dat hij zichzelf eerst leerde drummen alvorens zich aan de gitaar te wagen? Maar Zappa was zoveel meer: naast vader en echtgenoot die monogamie maar een achterhaald concept vond, gold hij ook als briljante componist, die bij gebrek aan erkenning van heilige huisjes er werkelijk geen enkel onberoerd liet. Hij was tevens een extreem veeleisende bandleider die bijvoorbeeld – zonder enige verdere communicatie – vaak gewoon opsprong en verwachte dat bij het terug neerkomen de andere leden van The Mothers of Invention wisten welke song ging ingezet worden; hij verzette zich zodanig tegen de opkomende censuur dat hij hierin een rotsvast boegbeeld werd; hoewel hij er zelf geen flauw benul van had omdat hij alweer aan het toeren was, werd tot zijn eigen grote verbazing in eigen land ‘Valley Girl’ zijn eerste echte hit; Zappa had ook geen benul van zijn populariteit in Tsjechië, waar hij zowaar tot freedom-fighter werd gebombardeerd.

Jawel, net als bij pakweg Jello Biafra (zanger Dead Kennedys) zat er zelfs een potentiële presidentskandidaat in Zappa. (Ik besef dat ik me hier op heel glad ijs begeef, maar indien hij dezelfde absurd hoge eisen van zijn onderdanen zou vergen als van zijn muzikanten, dan is het misschien al maar goed dat hij het nooit geworden is.) 

Voor zowel doorwinterde Zappaiaanse musicgeeks als eventuele nieuwkomers: omdat Herr Zappa zichzelf door zijn eigen ‘Utopia’ loodst, hoeft U niet bedeesd te zijn voor de zoveelste hagiografie. Hoe dan ook: wat een klasbak was die rare snuiter toch die elke muzikale conventie wilde doorbreken…

Alle verdere info:

https://www.docville.be/

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: